Armpijn

Armpijn klachten komen vaak voor in de fysiotherapie. Veel voorkomende klachten zijn bijvoorbeeld pijn tijdens het aan- en uitkleden, een jas aantrekken, de gordel omdoen of op de schouder gaan liggen. De pijn bevindt zich meestal aan de zijkant van de schouder/bovenarm.

Het is ook mogelijk dat de schouderpijn vanuit de nek ontstaat, bijvoorbeeld vanwege een nekhernia. Meestal is dit duidelijk te herkennen omdat het bewegen van de nek de armpijn vergroot. Nekpijn kan ook ontstaan vanwege schouderpijn. Een mogelijkheid hiervoor is als de nekspieren gebruikt worden om de schouder te ontzien en hierdoor ontstaat overbelasting en pijn rond de nek.

Armklachten

  • Artrose in de schouder geeft over het algemeen pijn in de eindstanden van de schouder.

    Schouderartrose is een degeneratieve aandoening waarbij het kraakbeen in het schoudergewricht geleidelijk slijt. Dit kraakbeen fungeert normaal als een schokdemper en zorgt voor soepele bewegingen. Bij artrose raakt het kraakbeen beschadigd, wat leidt tot pijn, stijfheid en verminderde mobiliteit. Soms geeft het een krakend geluid tijdens het bewegen. Risicofactoren zijn ouderdom, eerdere schouderblessures en overbelasting. Behandeling met fysiotherapie richt zich op pijnbestrijding, vergroten van de beweeglijkheid en behouden van kracht in de arm. Daarnaast kan fysiotherapie bijdragen in het voorkomen van een operatie, zoals een schouderprothese.

  • Een stijve schouder, vaak veroorzaakt door een frozen shoulder of schouderartrose, kan bij fysiotherapie effectief worden behandeld. De therapie richt zich op het verminderen van pijn en het herstellen van de beweeglijkheid. Behandelmethoden kunnen mobilisatie-oefeningen, stretching en massage omvatten om de doorbloeding te verbeteren en de spierspanning te verminderen. Daarnaast kunnen oefeningen worden gegeven om de schouderfunctie geleidelijk te herstellen, waarbij de belasting en bewegingen langzaam worden uitgebreid om terugval te voorkomen.

  • Een frozen shoulder, of adhesieve capsulitis, is een aandoening waarbij het schoudergewricht stijf en pijnlijk wordt door verdikking en verkleving van het gewrichtskapsel. De aandoening verloopt meestal in drie fasen:

    1. Bevriezingsfase (3-9 maanden): Deze fase wordt gekenmerkt door toenemende pijn en stijfheid. Behandeling richt zich op pijnverlichting eventueel met medicatie van uw huisarts en zachte mobilisatie-oefeningen kan soms verlichting geven.

    2. Bevroren fase (4-12 maanden): De pijn vermindert, maar de stijfheid blijft aanwezig. Fysiotherapie richt zich op het vergroten van de mobiliteit door passieve mobilisatie mocht dit toelaatbaar en verlichtend zijn. Mochten de klachten niet verminderen is rust een betere keuze.

    3. Ontdooiingsfase (12-24 maanden): De bewegingsvrijheid neemt langzaam toe. Actieve oefeningen en krachttraining worden toegevoegd om de schouderfunctie volledig te herstellen.

    Als kanttekening: Een frozen shoulder is soms moeilijk vast te stellen. Daardoor wordt soms de diagnose gesteld omdat er een stijve schouder aanwezig is en door röntgen geen artrose is vast gesteld. Soms kan er toch artrose aanwezig zijn en geeft de behandeling snel effect. Daardoor kan het soms raadzaam zijn om fysiotherapie te proberen in de beginfase. Mocht het toch een frozen shoulder blijken dat kan rust alsnog een goede keuze blijken.

  • Een tennisarm, of laterale epicondylitis, is een overbelastingsblessure van de pezen aan de buitenkant van de elleboog. Het wordt vaak veroorzaakt door repetitieve bewegingen, zoals bij tennis of andere activiteiten waarbij de pols en onderarm intensief worden gebruikt. Symptomen zijn pijn en zwakte rond de elleboog, die kan uitstralen naar de onderarm en hand.

    Fysiotherapie omvat stretching, massage en versterkende oefeningen om de pezen te herstellen. In sommige gevallen kunnen ontstekingsremmende medicatie zoals diclofenac gel of braces worden gebruikt om de symptomen te verlichten.

  • Bij een schouder uit de kom, of schouderluxatie, raakt de kop van de bovenarm uit de schouderkom. Dit kan optreden door een val, een ongeluk of een plotselinge beweging. Het behandelbeleid bestaat uit verschillende fasen:

    1. Repositie: De schouder wordt teruggezet in de kom, meestal door een arts. Dit kan soms onder verdoving of pijnstilling nodig zijn.

    2. Immobilisatie: Na repositie wordt de schouder vaak tijdelijk geïmmobiliseerd met een mitella of sling om de weefsels te laten herstellen.

    3. Revalidatie: Fysiotherapie begint zodra de pijn afneemt, met oefeningen gericht op het herstellen van mobiliteit en het versterken van de schouderspieren. Dit helpt de stabiliteit te verbeteren en toekomstige luxaties te voorkomen.

    In ernstige gevallen kan een operatie nodig zijn om beschadigde structuren te herstellen.

  • Fysiotherapie na een schouderprothese is essentieel voor een goed herstel en richt zich op het herwinnen van mobiliteit, kracht en functie van de schouder. De revalidatie verloopt doorgaans in verschillende fasen:

    1. Postoperatieve fase (0-6 weken): De focus ligt op pijnvermindering en het beschermen van het geopereerde gebied. Passieve bewegingsoefeningen worden gestart om de schouder voorzichtig te mobiliseren zonder de spieren te belasten.

    2. Herstel van mobiliteit (6-12 weken): Actieve oefeningen worden geïntroduceerd om de bewegingsvrijheid geleidelijk te vergroten. De fysiotherapeut begeleidt bij stretching en lichte mobilisatie.

    3. Kracht en functieherstel (3-6 maanden): Versterkende oefeningen worden geïntroduceerd om de schouderspieren op te bouwen en de stabiliteit te verbeteren. Het uiteindelijke doel is om de normale schouderfunctie te herstellen en dagelijkse activiteiten pijnvrij uit te voeren.

    Het herstelproces kan variëren afhankelijk van de patiënt en het type prothese.

Onderzoek en behandeling

Het onderzoek begint met een vraaggesprek en een lichamelijk onderzoek. Veelal wordt er direct een fysiotherapeutische diagnose gesteld en kunnen er concrete adviezen worden gegeven zodat de pijnklachten gaan afnemen. Daarnaast wordt er direct uitleg gegeven hoe het beloop waarschijnlijk zal gaan verlopen.

U kunt zich voorstellen dat dit beloop na een operatie van de schouder erg verschillend is van een slijmbeursontsteking.

Voor de behandeling worden er naast de gegeven informatie en adviezen bijvoorbeeld rektechnieken gebruikt om de gewrichten soepel te laten bewegen. Ook worden er oefeningen gebruikt om de beweeglijkheid te behouden en/of vergroten, de spierkracht te vergroten of de stabiliteit te vergroten van de schouder.

Herken je deze klachten?

Klinken deze klachten herkenbaar of wil je meer weten? Neem vrijblijvend contact op om uw klachten te onderzoeken en te behandelen.